Ford GT40 in Gulf kleuren

Samenwerking tussen ford en Shelby

Hoe ontstond de samenwerking om de meest legendarische GT auto ooit te bouwen

Ford GT40

Ontdek de samenwerking tussen Ford Motor Company en Carroll Shelby:

Hoe kenden Ford en Shelby elkaar?

De verhaallijnen van Ford en Shelby komen midden jaren ’60 samen. Ford heeft succes met de Ford Falcon en wil een nieuwe, sportieve auto lanceren op het onderstel van de Falcon. De naam zal Ford Mustang worden. In die jaren werkt race legende Carroll Shelby met Europese frames en combineert deze met grote Ford V8 motoren. De snelle Shelby Cobra was het treffende voorbeeld. Bovendien bestond de relatie tussen Ford en Shelby al: Shelby schafte de V8 motoren voor zijn projecten bij Ford aan. Midden jaren ’60 was Henry Ford II intussen bezig geweest Ferrari te kopen: het Italiaanse raceteam was zo goed als failliet in de jaren ’60. Het was hem helaas niet gelukt: FIAT lijfde Ferrari uiteindelijk in. Henri Ford II wilde ook een sportieve auto bouwen die races kon winnen. Zijn frustratie nam extra toe toen Ford ontdekte dat wederom dat kleine, Italiaanse raceteam al jarenlang de race klassen beheerste. Zo nam Ferrari steevast de plekken 1, 2 en 3 in tijdens de 24 Uren van Le Mans. Henry Ford II begreep niet hoe een groot merk als Ford geen rol van betekenis speelde, terwijl een kleine Italiaanse fabriek dat wél voor elkaar kreeg. Ford was gefrustreerd over de mislukte overname én hij wilde Ferrari overwinnen op de baan. Speciaal voor dit doel stelde hij een race divisie samen om de prestigieuze 24 uurs race van Le Mans te gaan winnen. De opdracht voor een Ford race auto werd gegeven, genaamd: GT40 (GT staat voor Gran Turismo, ofwel Grand Touring, en de 40 verwijst naar de totale hoogte in inches). De Ford GT40 werd gebouwd van 1964-1969 en deed in 1964 voor het eerst mee aan de 24 Uren van Le Mans. Maar ondanks alle inspanningen won Ferrari voor het 5e jaar op rij en veroverden zelfs de plekken 1, 2 en 3 in. De twee Ford GT40’s van Henry Ford II vielen beide uit met versnellingsbak problemen. Ene “Shelby Daytona Cobra Coupe” (een hardtop race variant van de bekende Shelby Cobra) werd vierde, achter de Ferrari’s.


De eerste samenwerking tussen Shelby en Ford

Nadat het Ford in 1964 niet gelukt was te winnen op LeMans, ondanks top coureurs als Phil Hill en Bruce McLaren, vond Henry Ford dat meer expertise nodig was. Ford wendde zich tot een bekende klant, Le Mans winnaar en Amerikaanse race stal expert Carroll Shelby. Het was de taak van Shelby de Ford GT40 auto te testen, verbeteren en betrouwbaarder te maken. Het doel: Le Mans winnen en Ferrari verslaan. En zo geschiedde (uiteindelijk).
Ford GT40 race versie van LeMans
Ford GT40 in Gulf kleuren

LeMans 1965

In 1965 werkten Shelby en zijn team aan de GT40, om de beroemde Le Mans titel te veroveren van Ferrari, die de beroemde race intussen vijf jaar op rij had gewonnen. Shelby bracht wijzigingen aan in het onderstel, met name de versnellingsbak (waar het in 1964 mee misgegaan was). Hij verbeterde de betrouwbaarheid en ontwierp een GT40 Mark II versie rond de 7,0-liter (427 CUI) motor van Ford. Dit was de motor die Shelby zo goed kende uit zijn AC Cobra… Om aan de eisen te voldoen, moest de Ford race divisie intussen 50 nieuwe Ford GT40 Mark-II’s bouwen, om aan de homologatie te voldoen. Een heel meesterwerk binnen de weinig beschikbare tijd. Er was Ford veel aan gelegen om te winnen: er waren liefst 11 Fords of auto’s met een Ford motor in het veld. Als antwoord had Ferrari niet minder dan 12 van hun auto’s ingeschreven. Op 19 en 20 juni 1965 stond de race op de agenda voor de coureurs Phil Hill, Chris Amon, Ken Miles en Bruce McLaren. De trainingen startten goed, met een snelste tijd voor de GT40 van Phil Hill. In de race gingen de GT40’s aan de leiding tot een koppeling probleem en een defecte versnellingsbak roet in het eten gooiden voor de twee GT40 raceteams. De winnaars: wederom Ferrari.

Affiche LeMans 1966

LeMans 1966

Na het debacle van 1964 en 1965, was Ford er veel aan gelegen ditmaal wél te winnen op de Franse racebaan. Er werd veel werk verzet in de windtunnel en op het verbeteren van de remmen. Het rijgedrag en de motor werden aangepakt, inclusief het hoge brandstofverbruik. De 427 CUI / 7-liter Ford racemotor werd opgedraaid tot 550 pk, maar werd geregistreerd als “485 pk” vanwege een lagere toerentallimiet voor de 24-uursrace. Dit bespaarde tevens brandstof, waardoor minder pitstops noodzakelijk waren. Als noviteit introduceerde Shelby een verwisselbaar remblok systeem, waardoor pitstops minder lang zouden duren.

Het voorjaar van 1966 zag er goed uit, toen de Ford auto’s de eerste 24 Hours van Daytona en de 12 Hours van Sebring wisten te winnen. Om echter zeker te zijn van een overwinning op LeMans werden kosten noch moeite gespaard: er werden liefst vijftien GT40 Mark II teams ingeschreven. Helaas werden er slechts acht geaccepteerd door de organisatie. Samen met andere inschrijvingen stonden nu 13 Ford aangedreven auto’s aan de start. De drie officiële raceteams werden bestuurd door coureurs Dan Gurney + Jerry Grant, Ken Miles + Denny Hulme en Bruce McLaren + Chris Amon.

 

Ford GT40 op LeMans 1966


In de trainingen was de snelste Ford liefst 5 seconden sneller dan Ferrari over 1 ronde; een goede voorbode. In 1964 was Ferrari namelijk nog 3 seconden per ronde sneller geweest. In de race verliep alles voorspoedig, en bijkomend geluk waren de uitvalbeurten van alle Ferrari raceteams.

Alhoewel de GT40’s intussen al vooraan reden, konden ze zonder directe concurrentie naar de overwinning rijden. Het was een uitputtingsrace geworden (slechts 3 van de 13 Fords finishten en alleen twee klanten Ferrari’s finishten van de 14 totaal ingeschreven Ferrari’s), maar de GT40’s eindigden op plek 1, 2 en 3. Het was Shelby en Ford gelukt! In 1966 leverde de GT40 Mark II Ford de algemene constructeurstitel op in het World Sportscar Championship, mede door hun 1-2-3 finish op Le Mans.

Bekijk ook deze video’s over de Ford GT40 Le Mans auto:


LeMans 1967

Voor de 1967 race kreeg Ford een flinke tegenvaller te verwerken: de bekende Ford coureur Ken Miles was eind 1966 om het leven gekomen. Hij testte het nieuwste prototype van de Ford GT40 MKII-B, en crashte met 290 km/u. Ford vreesde bovendien meer Ferrari tegenstand en ontwikkelde een radicaal nieuw prototype GT40. Het nieuwe protoype had een lichtgewicht chassis op basis van aluminium honingraatpanelen. Nadat er problemen waren ontstaan met de race auto, werd Carroll Shelby wederom ingeschakeld om de ontwikkeling van de auto af te ronden. Deze nieuwe Mark IV werd geïntroduceerd voor de 12 uurs race van Sebring van 1967 en finishte als eerste. De diverse nieuwe GT40 race auto’s werden voorbereid voor de 24 uurs race van Le Mans in 1967, waar liefst 10 teams met een Ford Gt40 deelnamen. Vier daarvan waren de volledige nieuwe Mark IV auto’s met de bekende 427 CUI (7.0 liter) motor, ditmaal met liefst 530 pk. De andere 6 deelnemende auto’s waren de GT40 MKII’s van 1966. Ferrari koos voor de nieuwe 330 P4, een veel lichtere auto met fuel injectie en betere handelbaarheid. Met ‘slechts’ 450 pk deden de Ferrari’s op het rechte stuk onder voor de GT40’s (die een topsnelheid van liefst 343 km p/u haalden, tegenover 310 km p/u voor de Ferrari’s), maar in de bochten liepen de Ferrari’s weer in.

 

 

Tijdens het race weekend reed Bruce McLaren in de GT40 Mark IV de snelste trainingstijd, voor de Ferrari’s. De Mark IV was daarmee liefst 6 seconden sneller dan de Mark II’s van een jaar eerder. Niet ver daarna volgen de overige GT40’s. De race verliep voorspoedig en resulteerde uiteindelijk in een comfortabele overwinning voor de Ford GT40 Mark IV, waarbij Gurney en Foyt met liefst vier ronden voorsprong wonnen. Zij hadden alleen de eerste 90 minuten niet op de eerste plek gereden, daarna had de gehele rest van de wedstrijd geleid. Ferrari scoorde een tweede en derde plaats en redde het gezicht (na het uitval debacle van vorig jaar).

 

Achteraf bleek de 24 uurs race van Le Mans in 1967 in alle opzichten een record editie: de winnende combinatie van coureurs Dan Gurney en AJ Foyt, in een Amerikaanse Ford GT40 Mark IV, werden de eerste (en thans nog steeds enige) volledig Amerikaanse winnaars. Zowel auto, team en coureurs uit Amerika die de beroemde Le Mans race wonnen. De volledige top drie auto’s braken allen het record van meer dan 5000 afgelegde km’s tijdens de race. Ook alle algemene records werden verbroken: de snelste ronde, verste afstand, een nieuw ronderecord en de grootste motor die ooit op Le Mans won.

LeMans 1966 met FordGT40

Verdere samenwerking tussen Ford en Shelby

De successen van de race combinatie Ford & Shelby legden de fundatie voor verdere samenwerking. Ford had in 1964 zijn Ford Mustang geïntroduceerd en deze sloeg in als een bom. Om het succes van deze nieuwe, sportieve auto te onderstrepen, besloot Ford om de Mustang gereed te maken voor diverse race klassen. Om echter mee te mogen doen met de B-klasse van het race kampioenschap, moeten ook 100 straatversies van die race auto gebouwd worden. Het idee ontstaat daarop om een sportieve coupé versie van de Mustang te ontwikkelen, op basis van de bestaande auto. De styling moest meer Europees zijn in plaats van de hoekige Amerikaanse auto’s. De auto moest (nog steeds) plaats kunnen bieden aan 4 personen en vooral betaalbaar zijn. Intussen moest je er ook races mee kunnen winnen. Ford manager Lee Lococca drong aan om het project erdoor te krijgen, alhoewel Ford juist voorzichtig was na het Edsel-debacle. Dit had ze immers bijna het bedrijf gekost.

 

Wanneer er veel op het spel stond, én het om sportauto’s ging, kon de input van Shelby uiteraard niet ontbreken. Zo werd in goede samenwerking tussen Ford en Shelby besloten om de Ford Mustang Shelby GT350 te produceren. De Shelby GT 350 was een voortborduursel op de allereerste Ford Mustang uit 1964. Ford bouwde de reguliere Mustang en stuurde deze naar de fabriek van Shelby, die naast de fabriek van Ford in Los Angeles lag. Om mee te mogen doen met de races, moest Ford minimaal 100 straatversies van de nieuwe Mustang gaan bouwen. Shelby bouwde deze auto’s, evenals de race auto’s. In de fabriek van Shelby, direct naast LAX Airport, werd de auto deels opnieuw opgebouwd, maar dan met meer sportieve onderdelen. Er werden karakteristieke elementen toegevoegd, van race gordels tot speciale velgen, tankdop tot eigen stuur. De auto werd op diverse plaatsen verstevigd; en tegelijkertijd werden onnodige delen verwijderd om gewicht te besparen. De wegligging van de auto werd verbeterd door een stijvere ophanging van Koni schokbrekers. Hierdoor werd ook de besturing een stuk directer. De accu werd achterin de auto geplaatst. Vanwege de hogere snelheden werden speciale Goodyear banden gemonteerd. En natuurlijk een Hi-Po (high performance) Ford motor, die niet in de reguliere modellen verkrijgbaar was. Zo werd de GT350 uitgerust met de 289 cubic inch Windsor motor, een 4.7 liter K-Code blok met 306 pk. In die tijd on-Amerikaans veel vermogen met een hoog toerental. De GT350 haalde daarmee 224 km p/u als topsnelheid.

Zo ontstond een meer sportieve versie van de Ford Mustang: de Ford Mustang Shelby. Het team van Carroll Shelby, en zijn bedrijf Shelby American, bouwden deze nieuwe modellen van 1965 tot 1967 in Los Angeles; Ford Motor Company bouwde ze daarna in de eigen fabrieken van 1968 tot 1970.

 

 

 
1965 Shelby GT350R
1965 Shelby GT350

Beëindiging van de samenwerking

Na 1968 begon de ontwikkeling voor het 1969 Mustang model. Ford nam alle ontwerpbeslissingen voortaan zelf, Shelby kreeg steeds minder zeggenschap. Vanaf 1969 was Shelby zelfs niet langer betrokken bij het Shelby GT-programma. Het ontwerp werd voortaan door Ford zelf gedaan en stierf een langzame dood. Lees hier meer. In 1970 werden nog enkele Shelby modellen verkocht; maar Ford was intussen een andere weg ingeslagen.

 

Shelby ging weer verder met het helpen ontwikkelen van (andere) sportieve auto’s. Andere bekende auto’s die later met behulp van Shelby zijn ontstaan, zijn bijvoorbeeld de Dodge Viper (van Chrysler) en de meer moderne Shelby Mustang vanaf 2006.

Ford GT40 race versie van LeMans