De geschiedenis van Henry Ford

Henry ford

en de geschiedenis van de Ford Motor Company

Ford Model T

Ontdek de geschiedenis van Henr, Ford en zijn Ford Motor Company:

Henry Ford: een introductie

De naam Ford is wereldwijd bekend. Grondlegger Henry Ford werd in 1863 geboren in Dearborn, Michigan (Amerika), slechts enkele kilometers naast de grote stad Detroit (later dé auto stad van Amerika, mede door Henry Ford zelf). Henry was één van 8 kinderen uit een migranten gezin: zijn vader vertrok in 1847 uit Ierland naar Amerika en zijn moeder Mary Ford was zeer waarschijnlijk een Nederlandse.

 

Henry had een grote aanleg voor techniek maar voltooide nooit een opleiding als ingenieur. Na enkele jaren op de boerderij van zijn familie gewerkt te hebben, besloot Henry zijn hart te volgen in de technische sector. Hij begon in 1891 (toen 28 jaren oud) in de Edison elektriciteitsfabriek in Detroit. Daar bouwde hij in 1893 zijn eerste ééncilinder motor. Na enkele jaren van proberen en zelf onderdelen maken, voltooide hij in 1896 zijn eerste auto: de Quadricycle (ofwel: de vierwiel fiets), met een tweecilinder motor. Hij verkocht een Quadricycle, bouwde een tweede, en later nog een derde. Henry werd succesvol in zijn baan bij Edison en hij kreeg meer mogelijkheden zich te ontwikkelen binnen het bedrijf. Met elektriciteit; niet met auto’s.

Henry Ford start Ford Motor Company
Fabriek van Henry Ford

Start van de Ford autofabrieken

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: met een promotie binnen de elektriciteitsfabriek in het vooruitzicht, koos Henry Ford tóch voor de ontwikkeling van auto’s. Hij stopte bij Edison en richtte in 1899 de Detroit Automobile Company op. Het bedrijf was weinig succesvol en ging snel failliet. Twee jaren laren, in 1901, richtte hij de Henry Ford Motor Company op; ditmaal met meer succes. Hij kreeg echter ruzie met zijn zakenpartners en Ford vertrok. De achterblijvende vennoten gingen met Henry Leland in zee, die hen overhaalde nieuwe auto’s te bouwen onder een nieuwe naam: de Cadillac Automotive Company (vernoemd naar de Franse ontdekkingsreiziger Antoine Laumet de La Mothe, monsieur de Cadillac, die Detroit in 1701 had gesticht). Zij gebruikten daarbij de fabriek van Henry Ford Company aan Cass Street en Amsterdam Avenue in Detroit. Het bedrijf had direct succes: Cadillac werd in 1903 het één na best verkochte merk in de Verenigde Staten werd, na Oldsmobile.

 

Doorzettend als hij was, werd Henry Ford pas écht succesvol met zijn derde poging. In 1903 richtte hij de Ford Motor Company op. Om zijn derde poging te financieren, betrok Henry meerdere investeerders en ondernemers in zijn project, waaronder de broers Dodge. Vanaf dag 1 concurreerde de Ford Motor Company met Oldsmobile, die feitelijk de eerste auto’s in serie productie vervaardigden (iedereen dicht de serie productie van auto’s altijd aan Henry Ford toe; maar hij was feitelijk dus niet de eerste, maar wel degene die het systeem optimaliseerde). De eerste eigen auto van de Ford Motor Company werd de Model A uit 1903, waarvan men er 1700 verkocht. De vraag naar auto’s in Amerika nam snel toe en Ford profiteerde daarvan. Voordeel van de Model A was de tweecilinder motor, tegenover de ééncilinder motor van Oldsmobile.

 

In 1908 volgde een nieuw model: de (inmiddels wereldberoemde) Model T. De vraag naar auto’s nam nu nog sneller toe. In 1910 opende Ford een nieuwe fabriek en legde zich toe op optimalisatie en efficiëntie van de productie. De prijs van de auto werd daarop met 29% verlaagd en de productie verhoogd. In de jaren die volgden werden nog grotere fabrieken, slimmere productiesystemen en innovatieve werksystemen geïntroduceerd. De prijzen van de Model T werden later nog eens met liefst 50% verlaagd. Ter vergelijk: de Model T kostte $ 950 in 1908 en nog maar $ 290 in 1927! Een prijsverlaging van liefst 70%, tegenover stijgende inflatie. Het was een circulair model: door de lage prijzen explodeerden de verkopen: van ongeveer 10.660 exemplaren in 1909 naar 2 miljoen in 1923. Het gevolg was een productie record van liefst 14,6 miljoen Ford Model T’s, toen het model in 1927 uit productie ging. Dit record bleef liefst 45 jaren staat, tot het in 1972 werd ingehaald door de bekende Volkswagen Kever.

De geschiedenis van Henry Ford

Henry Ford wordt volledig eigenaar

Zo fraai als de productiecijfers, zoveel bonje was er achter de schermen bij Ford Motor Company. In de periode 1910 – 1920 vocht Henry Ford meermaals rechtszaken uit met de andere aandeelhouders. Henry Ford bezat op dat moment 58% van de aandelen, maar desondanks vonden de andere aandeelhouders dat verlagen van de prijs van de auto mismanagement was. Zij wilden Henry Ford beteugelen: wanneer niet in aandelen mogelijk, dan via de rechtbank. Ford verloor de rechtszaken en uit pure frustratie – en als enige mogelijkheid – kocht Henry Ford de andere aandeelhouders ruimhartig uit. In 1920 waren voor het eerst alle aandelen in handen van Henry Ford en zijn familieleden (waaronder zijn zoon Edsel). Nog nooit had één man zo’n gigantische onderneming zo volledig gedomineerd als Henry Ford. Je zou hem de Steve Jobs van zijn tijd kunnen noemen. Na deze successen nam zijn zoon Edsel het roer van het bedrijf over, toen 26 jaren jong.

 

In de jaren die volgden verging het FoMoCo (Ford Motor Company) steeds slechter. Directe concurrenten General Motors, met merken als Chevolet, Buick en Cadillac, boden auto’s in alle prijsklassen aan, waar Ford enkel de Model T (en later Model A) leverde. Ford had een modern productieproces maar een klassieke kijk op bedrijfsvoering. Het succes van de organisatie nam zienderogen af. Misschien kwam WO-II precies op tijd voor Ford, omdat het grote orders vanuit de overheid kreeg voor militair materiaal.

Henry Ford over marktonderzoek
Henry Ford over kleuren van de Model T

Nieuwe koers na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog (waarin het bedrijf 258.000 Jeeps, 8600 bommenwerpers en liefst 57.000 vliegtuigmotoren wist te bouwen) probeerde Ford voet aan de grond te krijgen met meer modellen en mogelijkheden. Zoon Edsel Ford overleed in 1943, waarna de kribbige oude Henry Ford het stokje weer even over nam. Toen ook Henry Ford overleed in 1947, intussen 84 jaren oud, werd kleinzoon Henry Ford II (zoon van Edsel) de nieuwe directeur. In de jaren die volgden waaide een frisse wind bij Ford. Aanvankelijk werd het nieuwe model “Edsel” ontwikkeld, maar flopte heimelijk. De ontwikkeling had Ford veel geld gekost en noopte Henry Ford II het bedrijf naar de beurs te brengen in 1956. De Ford familie bleef na de beursgang nog 40% eigenaar van het bedrijf. Het was duidelijk dat een nieuwe koers nodig was, met meerdere auto’s tegen verschillende prijzen voor uiteenlopende doelgroepen. Met het verkregen beursgeld werd de Ford Falcon ontwikkeld: deze auto zou het eerste grote succes blijken na vele jaren van neergang. Later volgde de Ford Thunderbird, ook een succes. Met de opbrengsten werd nóg een nieuwe sportieve auto ontwikkeld: de Ford Mustang in 1964.

Ford Edsel
Ford Edsel
Ford Edsel Corsair
Ford Edsel Corsair

De Ford Mustang ziet het levenslicht

In de automarkt zijn in de jaren ’60 veel verschillende soorten en modellen auto’s verkrijgbaar. Deze formule was het succes van Fords grootste concurrent GM (General Motors): een merk én een type voor elke Amerikaan. Ford ging ook een koers volgen met verschillende modellen, verschillende prijzen en verschillende doelgroepen. Met het succes van de Ford Falcon kwam het automerk weer stevig in het zadel in het middensegment. Voor een andere doelgroep kwam er de Ford Thunderbird. In het luxesegment had Ford al jaren het automerk Lincoln gepositioneerd. Ford wilde de basis (bodem) van de Falcon gebruiken en uitbreiden met een meer sportieve auto, voor wederom een andere doelgroep. De naam werd afgeleid van de populaire P-51 Mustang gevechtsvlieger uit de Tweede Wereldoorlog. De introductie van de Ford Mustang creëerde een nieuwe klasse auto’s die nu bekend staan als de ponyauto’s.

De bekende Ford divisiemanager Lee Lacocca, samen met hoofd ingenieur Donald Frey, overzagen het Mustang project. De ontwerpteams van verschillende fabrieken mochten meedenken en hadden vijf duidelijke doelen meegekregen:

  1. De Mustang moest plaats bieden aan vier personen;
  2. De Mustang moest kuipstoelen en een op de vloer gemonteerde versnellingspook hebben;
  3. De Mustang moest niet meer wegen dan 1100 kg en maximaal 5 mtr lang zijn;
  4. De Mustang moest beschikbaar zijn vanaf US $ 2.500;
  5. En: er moesten meerdere opties voor motorvermogen, comfort en luxe niveaus beschikbaar zijn.


De nieuwe Ford Mustang werd officieel onthuld door Henry Ford II op de Wereldtentoonstelling in Flushing Meadows, New York, op 17 april 1964. Die eerste Mustang werd al direct “1965 Mustang” genoemd, naar het modeljaar ‘65 (insiders spreken bij een 1964 Mustang ook wel van een 64 ½ Mustang en niet over een ‘65 Mustang). De nieuwe auto bood vier motortypes, waarvan twee V6 en twee V8 motoren. De styling van de Mustang, met zijn lange motorkap en korte achterkant, bleek razend populair en inspireerde tal van concurrenten. Nog op diezelfde dag van de auto onthulling, debuteerde de auto ook in de Ford showrooms in heel Amerika. Bijna 22.000 Mustangs werden onmiddellijk verkocht. In het eerste productiejaar werden meer dan 400.000 Mustangs verkocht, wat de verkoopverwachtingen ruimschoots overtrof. Een nieuwe klasse was hiermee ontstaan: de zogenaamde Pony Car, welke veel sportieve volgelingen kreeg.

De Ford Mustang van de eerste generatie werd geproduceerd van 1964 tot 1973. De modellen van 1964, 1965 en 1966 waren vrijwel identiek, op basis van de Ford Falcon bodem, met jaarlijkse enkele wijzigingen. Voor 1967 werd een aangepaste Mustang ontworpen, welke makkelijk te herkennen is aan de meer agressieve neus en afwijkende achterkant. Motoren werden groter en deze modellen zijn bekend geworden als de bekende ‘muscle cars’. Bekende modellen zijn de 1967 GT500, de 1968 GT500KR, de Mustang 429 Boss uit 1969 en de 1970 Boss 302. De modellen uit 1967, 1968 en 1969 vertonen ook veel gelijkenis.

De successen van deze bijzonder GT’s komen deels van de hand van Carroll Shelby.